|
Geachte heer Jansen,
|
Bijgaand treft u aan onze
Personeels Informatie Nieuwsbrief, nummer 92. Deze nieuwsbrief bevat
de volgende onderwerpen:
| Schade aan
bedrijfsmiddel tijdens privé-gebruik is geen
ondernemingsverlies
Een rijschoolhouder was ondernemer
voor de inkomstenbelasting. Tijdens een privé rit met een lesauto
die tot het ondernemingsvermogen behoorde, kreeg hij een aanrijding.
De schade aan de auto was zodanig, dat deze total loss werd
verklaard. De verzekeringsmaatschappij weigerde de schade te
vergoeden, omdat de rijschoolhouder op het moment van het ongeluk
onder invloed van alcohol was. Rekening houdend met de opbrengst van
het autowrak bedroeg het verlies op de auto van de rijschoolhouder ?
6.450. Dat bedrag wilde hij ten laste van zijn winst brengen. Naar
het oordeel van Hof Den Haag was dat niet toegestaan. Als een
bedrijfsmiddel voor privé doeleinden wordt gebruikt zijn de gevolgen
daarvan voor het persoonlijke en niet voor het zakelijke risico van
een ondernemer. De ontstane schade kwam daarom niet ten laste van de
onderneming maar van het privé-vermogen.
http://www.informanagement.nl/artikel.asp?command=viewitem&id=000003481
| Hof houdt rekening met waardedruk op kantoorpand bij
overgang naar privé-vermogen
Een ondernemer kocht in 1990
samen met zijn echtgenote een perceel bouwgrond waarop zij een
woning met een aangrenzend kantoor bouwden. Dit kantoor en de helft
van de oppervlakte van het perceel werd ingebracht als
ondernemingsvermogen. De boekwaarde van het kantoorpand en de grond
bedroeg op 1 januari 2000 f 300.192. In verband met een verhuizing
van de onderneming werd het kantoor overgebracht naar het
privé-vermogen. De Belastingdienst heeft de waarde per oktober 2000
vastgesteld op f 213.000. De ondernemer heeft zich met deze waarde
akkoord verklaard. In zijn aangifte stelde hij de waarde van het
kantoor op 65% van dit bedrag wegens zelfbewoning van het
kantoorpand. Hij beriep zich daarbij op een besluit van de
Staatssecretaris van Financiën van 16 mei 2001, nr. CPP2001/1381.
Volgens Hof Den Haag was aan de voorwaarden voor toepassing van dat
besluit niet voldaan omdat er geen sprake was van een tot het
ondernemingsvermogen behorende woning. Wel was er sprake van een
waardedrukkende factor omdat het kantoor niet afzonderlijk kon
worden verkocht en na de overgang naar het privé-vermogen deel ging
uitmaken van de woning van de ondernemer. Het Hof berekende de
waarde in overeenstemming met het besluit op 65 percent van f
213.000.
http://www.informanagement.nl/artikel.asp?command=viewitem&id=000003485
| Ontslagvergoeding in de vorm van stamrecht behield
loonkarakter ook bij afkoop
Iemand kwam in 1992 met zijn
werkgever overeen dat hij in september 1993 vervroegd met pensioen
zou gaan. Zijn werkgever bood hem een recht op periodieke
uitkeringen aan. Dat recht werd overgedragen aan een stamrecht-BV
van de werknemer. Dit stamrecht werd afgekocht op een moment waarop
de werknemer in Zwitserland woonde. De kwalificatie van de afkoopsom
voor het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting met
Zwitserland was oorzaak van een geschil met de belastingdienst.
Volgens de inspecteur vormde de afkoopsom inkomsten uit
niet-zelfstandige arbeid. Volgens de werknemer viel de afkoopsom
onder pensioenen en andere uitkeringen uit vroegere
niet-zelfstandige arbeid. Bij de overdracht van het stamrecht
door de werkgever aan de stamrecht-BV was als voorwaarde voor een
belastingvrije overdracht gesteld dat de inkomsten uit dit stamrecht
zouden worden beschouwd als loon en niet als pensioen of een
soortgelijke beloning. De werknemer stelde zich op het standpunt,
dat de vergoeding voortkwam uit het aanbod van zijn werkgever om
zonder een actuariële korting op zijn pensioen vervroegd te worden
gepensioneerd. Volgens de inspecteur ging het om een
ontslagvergoeding in het kader van een afslanking van het bedrijf
van de werkgever, waarbij de voorziening in het levensonderhoud tot
de pensioendatum geen enkele rol speelde. Volgens de Hoge Raad is
van pensioen of een andere uitkering slechts sprake als die
uitkering in overwegende mate is bedoeld, eventueel in aanvulling op
andere voorzieningen, om te voorzien in het levensonderhoud in de
periode tussen de beëindiging van de dienstbetrekking en het
bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Na verwijzing
moest het Hof onderzoeken of de ontslaguitkering aan deze
omschrijving voldeed. Omdat de ontslagvergoeding was vastgesteld
volgens een algemeen geldende formule en betrekking had op gederfde
en nog te derven inkomsten, moest de werknemer bewijzen, dat het
voorzien in het levensonderhoud gedurende de overbruggingsperiode
tot de pensioendatum voorop stond. Volgens het Hof slaagde de
werknemer daar niet in. Dat de vergoeding was toegekend ter
compensatie van een actuariële korting bij vervroegde pensionering
vond het Hof niet aannemelijk, omdat de vergoeding in dat geval aan
de pensioenuitvoerder zou zijn betaald. Volgens het Hof viel de
afkoopsom onder de verdragsbepaling voor inkomsten uit arbeid en
mocht Nederland daarom belasting heffen over de
afkoopsom.
http://www.informanagement.nl/artikel.asp?command=viewitem&id=000003489
| Toewijzing sociale huurwoningen door stichting geen
overheidstaak
Een stichting, die in een gemeente de
toewijzing van sociale huurwoningen verzorgde, was ondernemer voor
de omzetbelasting. In het verleden verzorgde de gemeente die
werkzaamheden zelf. De gemeente verstrekte de stichting jaarlijks op
grond van de met haar gesloten samenwerkingsovereenkomst een
bijdrage in de exploitatiekosten. Volgens Hof Den Bosch was de
bijdrage van de gemeente alleen verschuldigd als de stichting de
overeengekomen werkzaamheden uitvoerde. De stichting verrichtte
prestaties tegen betaling voor de gemeente. De betaling was daarmee
een vergoeding voor de omzetbelasting. Over die vergoeding moest
omzetbelasting worden berekend. De werkzaamheden, die de gemeente
aan de stichting had overgedragen waren geen
overheidstaak.
http://www.informanagement.nl/artikel.asp?command=viewitem&id=000003490
| Afspraak met belastingdienst over
daggeldvergoeding buschauffeurs volgens CAO voortgezet tot 1 juli
2007
Volgens de CAO voor het Besloten Busvervoer heeft
een buschauffeur tijdens meerdaagse ritten recht op een vergoeding
van ? 11,34 per dag (hierna: de daggeldvergoeding). Daarvan is ?
8,51 vrij vergoedbaar, mits er geen beroepskosten op declaratiebasis
worden vergoed. Kosten die de werknemer als intermediair van zijn
werkgever moet maken kunnen wel op declaratiebasis worden vergoed
zonder gevolgen voor de daggeldvergoeding. Als een werkgever
beroepskosten op declaratiebasis beroepskosten vergoedt, is de
daggeldvergoeding alleen vrij voor zover de werkgever de vrij
vergoedbare kosten integraal aannemelijk maakt. De bestaande
afspraken met de belastingdienst worden tot 1 juni 2007
voortgezet.
http://www.informanagement.nl/artikel.asp?command=viewitem&id=000003498
|
|